Weergaloos nieuws

Gepubliceerd op: 25 april 2019 12:01

Een vrouw van middelbare leeftijd komt vloekend de bibliotheek binnen gestruikeld. Ze roept dat het hondenweer is, maar ziet eruit als een verzopen kat.

‘Die verrekte regen’, foetert ze tegen de kast met bouquetromans, ‘het is toch belachelijk vur dees tijd van het jaar’. De kast zegt niks terug. ‘Wel goed voor de landbouwgewassen’, hoor ik hem denken. 

Toen ik in groep 1 zat, vroeg juffrouw Goddie (zo heette ze echt) me wat ik later wilde worden. Ze keek me aan alsof ik ‘huurmoordenaar’ zei toen ik vol overtuiging ‘weerman’ antwoordde. Dat heeft mijn fascinatie echter niet om zeep geholpen, want nog steeds is de weerman een van mijn droomberoepen.
Als weerman ben je namelijk elke dag twee minuten lang de machtigste man op aarde. Je bent het orakel dat ieders lot in handen heeft. De meteorologische Messias. Een druk op de knop met jouw duim brengt de hele atmosfeer in beweging. Niemand spreekt je tegen wanneer je je stormachtige monoloog houdt en dankzij de autocue is het onmogelijk de mist in te gaan. 

De weerman vertelt stralend hoe de zon ons zal verblinden en behoedt ons kalmerend voor de naderende stormen. Het nieuws dat iedereen wil horen, omdat de kwelgeest onzekerheid ons de wind van voren geeft. Waar het weer machtiger is dan onszelf, kunnen we slechts afwachten wat de toekomst ons brengt. Godzijdank is er de weerman, de wind in onze rug. Zonder hem zou ons toekomstperspectief smelten als sneeuw voor de zon.

Overal waar ‘de weerman’ staat kun je overigens ook ‘Erwin Kroll’ lezen, want dat zijn in mijn ogen simpelweg synoniemen. Kroll vertelde vol passie en liet zelfs de meest deprimerende vooruitzichten klinken als een sprookje. Tussen het grijsgrauwe NOS-meubilair was hij jarenlang het zonnetje in huis. Toen hij stopte dreigde mijn liefde voor het weerbericht ondergesneeuwd te raken. Dag na dag ergerde ik me kapot aan de doodsaaie, inspiratieloze nep-weermannen die op zijn plek stonden. Het werd donker en koud. Ik lag te rillen onder een dekentje op de bank, wachtend tot het onweer los zou breken.

Totdat ik op een gure herfstdag tegen beter weten in weer naar het journaal keek. De NOS had een opvolger voor Erwin Kroll gevonden. Ik had mijn bedenkingen, maar ineens stond hij daar. Peter Kuipers Munneke. Ik zag plezier, humor en een gezonde dosis ongemakkelijkheid. Deze man had het. Hij blies mijn weerman-droom nieuw leven in. De zon brak door de wolken en vanaf dat moment kijk ik weer dagelijks uit naar het weerbericht. Ik heb weer hoop op een stralende toekomst, want hoe somber ook de vooruitzichten en hoe donker de lucht ook is; na regen komt zonneschijn.