De prostituees onder de verhalenvertellers

Gepubliceerd op: 30 januari 2019 14:40

Eindelijk is het zo ver. Ik ben weer thuis. Mijn favoriete medewerkster streelt mijn kaft en zet me, zoals altijd, terug op de juiste plaats. Ik voel me opgelaten dat ik er weer ben, weergekeerd na een lange reis.

Niet dat ik mijn leefwijze vervelend vind hoor, integendeel zelfs, maar een van de fijnste dingen aan uitgeleend worden is dat je na een tijdje weer op je vertrouwde plaats in de boekenkast staat.
Mijn beste vriendin is er al, gelukkig. Ze is de volle drie verlengingen weggeweest, dus ik heb haar maanden moeten missen. We omhelzen elkaar innig, ik knuffel mijn omslag dicht tegen de hare aan. Ook al kun je ons los van elkaar lezen; we voelen ons samen één. Zij is het eerste deel en ik ben het tweede.
‘Lieverd, ik moet je iets vertellen’, zegt ze meteen.
Ik lach.
‘Natuurlijk moet je mij iets vertellen. Alles, ik wil alles horen. En daarna vertel ik jou alles, want het was me het reisje weer wel.’
Mijn vriendin kijkt me strak aan. ‘Je gaat ervan schrikken’, zegt ze stellig, ‘maar ik móet het met je delen.’ Ze haalt een keer diep adem. ‘Ik ben met een prostituee de koffer in gestoken.’
Op het moment dat ze de woorden uitspreekt vergeet ik meteen alles wat ik zelf wilde vertellen.
‘Je bent wàt?’
‘Met een prostituee de koffer in gestoken.’
‘Gedoken’, verbeter ik haar in al mijn verbazing.
‘Nee, schat, gestoken. Ik lag er tegenaan. De hele reis lang.’
De rillingen lopen over mijn rug. We hebben het er vaak samen over gehad hoezeer we het verafschuwen wat ze doen, maar nog nooit kregen we de mogelijkheid een prostituee van dichtbij mee te maken. Het lijkt me een heel ongemakkelijke ontmoeting, dat op de eerste plaats, maar tegelijkertijd zou ik haar de kleren van het lijf willen vragen.
‘En?!’, vraag ik aan mijn vriendin, ‘was het zo erg als we onszelf voorstelden?’
‘Nog veel erger’, zegt ze hoofdschuddend. ‘Die meid was dus gewoon bijna volledig van plastic! Ze had geen kaft, maar eerder een soort van scherm, waarop ze meerdere omslagen kon laten verschijnen. In zwart-wit!’
Ik kijk mijn vriendin met open mond aan. Mijn eigen kaft zou ik voor geen goud kwijt willen, laat staan in ruil voor een soort digitale etalageruit.
‘Maar dat was nog lang niet het ergste, schat. Weet je hoeveel verhalen ze in haar leven verteld heeft? Vierhonderdtwaalf! Jan en alleman laat ze bij haar naar binnen gaan, ordinair is echt een eufemisme.’
Mijn bladzijdes trekken zich samen en voordat ik er erg in heb kots ik de boekenlegger van bladzijde zestig over de vloer. Er is niemand in de gang, behalve mijn favoriete medewerkster. Ze kijkt om zich heen, bukt en ruimt zonder morren mijn uitwerpselen op. Ik vraag me even af wat zij mee op vakantie neemt, plastic of papier, maar word snel gerustgesteld. Ze kijkt me begripvol aan en lacht. Haar gezicht spreekt boekdelen.