Guacamole uit Zandoerle

Gepubliceerd op: 29 augustus 2019 11:29

Het is gezellig druk in het Mexicaans restaurant. Mijn vriendin draagt een sombrero en op de achtergrond klinkt het refrein van ‘Bamboleo’. De serveerster zet een rijkversierde cocktail op de tafel naast ons neer.

‘Muchos gracias’, zegt een vrouw die er goed uitziet voor haar leeftijd (48 jaar, ze oogt 42).
De serveerster lacht. ‘U spreekt goed Spaans, mevrouw. Komt u uit Zuid-Amerika?’
‘Nee hoor’, zegt de vrouw trots, ‘gewoon uit Zandoerle!’

Tegenover de vrouw die er goed uitziet voor haar leeftijd zit Gerard Stofmeel. Vandaag is de eerste keer dat ik hem buiten de bibliotheek zie. Gerard houdt van zwarte koffie, leent wekelijks de nieuwe Margriet voor zijn vrouw en heeft een hekel aan alle columnisten van Nederland. ‘Die verkopen alleen maar onzin. En ze hebben geen respect voor de privacy van mensen.’ Om Gerard tegemoet te komen noem ik hem Herman.
‘Leuk hè, die schattige cactusjes op tafel?’ Hermans vrouw kijkt hem zo vrolijk aan dat hij er bijna agressief van wordt. Altijd maar weer dat romantiseren. Flikker toch op met dat optimistische gedoe.
‘Ja, inderdaad schat. Het is hier echt gezellig altijd.’ Ongecontroleerd neemt Herman een hap van zijn halflauwe burrito en er drupt wat gesmolten kaas op zijn pantalon. Zijn vrouw ziet het en lacht uitbundig.
‘Weet je wat grappig is schat? De naam burrito komt van het Spaanse woord burro, dat ezel betekent. Als jij zit te eten mors je zo vaak op je kleding dat je ook wel een ezeltje lijkt.’
Herman schudt zijn hoofd. Dat ze hem in zijn gezicht uitlacht en blijft overspoelen met nutteloze feiten is tot daaraan toe, maar met die achterlijke verkleinwoorden moet ze echt kappen.
‘Tja, ik ben soms echt een onhandige hè. Gelukkig heb ik een servetje.’
Veertien jaar samen, denkt hij, terwijl hij langzaam alle kaasbrij van zijn bovenbeen schraapt. Het zou een feestelijke dag moeten zijn. Hij heeft een prachtig mooie vrouw. Zijn vrienden zeggen altijd dat hij in zijn handjes moet knijpen, maar de ring die om zijn vinger zit knelt ook als hij dat niet doet.
‘Is er iets schat?’ Zijn vrouw kijkt hem met vragende ogen aan.
‘Nee hoor schat, ik heb gewoon niet zo’n honger.’
Afkerig staart Herman naar de guacamole die tussen hem en zijn vrouw in staat. Hij heeft het spul nooit lekker gevonden. Het ziet eruit alsof iemand het al een keer gegeten heeft. Bovendien heeft hij medelijden met de tomaat. De nietige stukjes tomaat, die hulpeloos in de avocadobrij drijven. Normaal gesproken is hij dol op tomaten, maar deze tomaten zijn geen tomaat meer. Ze hebben zich mee laten slepen en overgegeven aan de avocado. Ze hebben zich dusdanig aangepast dat ze al hun eigenheid verloren zijn.
Zijn vrouw kucht en aan haar manier van kuchen hoort Herman dat het geen natuurlijke kuch is.
‘Is er echt niks schat?’, vraagt ze bezorgd.
Herman blijft naar de stukjes tomaat kijken, haalt diep adem en zucht.
‘Nee hoor schat, ik heb gewoon niet zo’n honger.’