Een fijne dag

Gepubliceerd op: 30 oktober 2017 10:38

Tussen de boekenplanken door kijkt ze me aan. Haar stralende blik raakt me als geen ander.

Ik heb veel bewondering voor haar. Ze spreekt bijna alle talen van de wereld. Haar verhalen verblijden mensen van alle leeftijden. Overal is ze bekend en geliefd. Ik vraag hoe het met haar gaat. ‘Goed’, zegt ze met een glimlach. Dan steekt ze haar hand uit. ‘Ga je een dagje met me mee?’ Ik knik en pak meteen haar hand. Die boeken ruim ik straks wel op.

Samen lopen we de klas in. nijntje lacht. School is leuk. nijntje heeft veel vriendjes. Ze is blij dat ze hen weer ziet. Haar vriendjes zijn erg aardig. Iedereen gaat snel in een kring zitten. De juf pakt een boek. Op de voorkant staat een lachende bloem. nijntje vindt de juf heel lief. Daarnaast kan ze erg mooi voorlezen. Wanneer de juf praat is nijntje muisstil. Zo kan ze goed luisteren. Gelukkig zijn er geen vervelende kinderen in de klas. Kinderen die schelden, pesten of school stom vinden heeft nijntje nog nooit gezien. Daar is ze erg blij mee.

Na de pauze moet nijntje naar de schooldokter. Ze vindt het een beetje eng. Als ze er is valt het eigenlijk toch wel mee. De dokter is vriendelijk en helpt nijntje goed. Ze heeft veel aandacht voor haar. Er is niks ergs aan de hand, nijntje is niet ziek. Dat is een hele opluchting. Gelukkig propt de dokter nijntje niet vol met pillen. Opa pluis zegt dat dokters dat soms doen om geld te verdienen. Dat zou nijntje gemeen vinden.

Als de school uit is, lopen we naar nijntjes huis. Buiten is alles wit. Het heeft gesneeuwd. nijntje vindt de sneeuw mooi. Het pad naar haar huis loopt door het bos. De zon glinstert op de witte takken. Een vogeltje fluit liedjes. Verder is het rustig in het bos. Gelukkig rijden hier geen auto’s die stinken en de lucht vies maken. Er zijn geen mensen die haast hebben en steeds op hun horloge kijken. Dat zou nijntje ook grappig vinden. Zij heeft niet eens een horloge.

Thuis aangekomen staat moeder pluis al in de deuropening. Vandaag is een bijzondere dag. Het is de verjaardag van nijntje. Er hangen ballonnen en slingers door het huis. Haar familie en vrienden komen op visite. Ze maken grapjes en kletsen veel. nijntje wordt er heel blij van. Gelukkig doet iedereen aardig tegen elkaar. Er zijn geen gasten die ruzie maken, te veel drinken en overgeven. Dat zou nijntje ook heel dom vinden.

Het feest duurt tot ’s avonds laat. nijntje mag lang opblijven. Er wordt samen taart gegeten. De aanwezigen zingen leuke liedjes. Het is erg gezellig, maar toch heb ik het idee dat er iets mist. Ik kijk de kamer rond en ineens weet ik het. Niemand heeft nijntje een cadeau gegeven. Opa en oma pluis lazen een gedichtje voor. De anderen gaven nijntje een brief of kaart. Ik vraag aan haar of ze geen cadeautjes heeft gekregen. Dat vindt nijntje een gekke vraag. Ze kijkt me aan en schudt lachend haar hoofd. ‘Ik heb toch alles al?’